Vragen van Jezus
Wanneer alle vragen die in de evangeliën aan Jezus gesteld worden bij elkaar opgeteld worden, zijn het er ongeveer 125. Maar als we kijken naar het aantal vragen die Jezus zelf stelt, loopt dat op tot bijna 300. Sommige vragen worden meerdere keren gesteld, soms met een andere nuance of invalshoek. Andere zijn uniek en direct. Maar één ding hebben ze gemeen: ze raken.
Het is interessant om de vragen van Jezus te bestuderen vanuit een pastoraal perspectief. Maar het wordt pas echt confronterend wanneer we ze lezen alsof Jezus ze aan onszelf stelt.
Joh 1:38
Twee volgelingen van Johannes de doper krijgen informatie die nog maar voor weinigen is weggelegd. De man die naar Johannes toe kwam is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt! Johannes had al eerder over hem gezegd dat deze man belangrijker is dan hijzelf.
Was het jeugdige impulsiviteit, een hang naar sensatie of werkelijke interesse in wie deze man is? De twee tieners lopen achter Jezus aan tot het moment komt dat Jezus een vraag stelt die ze niet hadden zien aankomen.
Wat zoeken jullie?
Een prachtige vraag in zijn eenvoud en complexiteit. Het antwoord verraadt dat ze niet op deze wending waren voorbereid. Wanneer Jezus ons deze vraag direct zou stellen, gebeurt er ook iets bijzonders.
Want wat zoek ik eigenlijk bij Hem? Waarom loop ik achter hem aan? Zijn het de wonderen, is het de vertrouwdheid van mijn opvoeding?
Loop ik achter Hem aan omdat anderen dat mij voordeden of zoek ik werkelijk iets?
De leerlingen antwoorden snel dat ze wel willen weten waar Hij logeert. Dat is natuurlijk geen antwoord op de vraag wat ze zoeken. Het toont wel dat ze ernaar verlangen te ontdekken wat Hem zo bijzonder maakt. Ze willen zich ook niet zomaar laten vangen door een vraag die ook geïnterpreteerd kan worden als wegsturen.
Maar Jezus verwelkomt ze met open armen. ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’
Misschien toont dit antwoord dat Jezus niet verwacht dat ze al weten wat ze zoeken. Maar wie deze vraag ontvangt en zich met verlangen laat meenemen, ontdekt vaak iets anders dan hij of zij dacht te zoeken. Niet omdat het antwoord al bekend was, maar omdat het gevonden wordt in de ontmoeting met Hem. Je vindt Hem en dat is meer dan je zocht.
Joh. 5:6
Aan het water van Betzata werden bijzondere krachten toegedicht. Eens in de zoveel tijd werden mensen door het water genezen. In een latere toevoeging aan de Bijbel wordt uitgelegd dat er een engel is die het water aanraakt en de eerste die in het water komt geneest.
Hier ligt ook een man die al 38 jaar ziek is. Wat hij precies heeft wordt niet duidelijk, wel is duidelijk dat hij altijd te laat komt als het water begint te bewegen.
Dan komt op een sabbat Jezus langs en die stelt hem een vraag die raakt door merg en been;
‘Wilt u gezond worden?’
Vanaf veilige afstand lijkt het antwoord simpel. Maar wie zelf zo lang heeft gewacht, weet hoe ingewikkeld die vraag wordt. ‘Ik probeer het wel, maar het lukt niet.’
‘En, zegt hij, er is niemand.’ Eigenlijk is dit zinnetje tekenend voor de staat van de man. Hij is ziek, niet in staat om deel te nemen aan het gewone leven. Hij is van hulp afhankelijk, maar er is niemand die hem helpt. Een mens zou voor minder depressief worden, maar na 38 jaar heeft deze man het nog niet opgegeven!
Daar zit ook gelijk onze spiegel. Wanneer Gods ingrijpen uitblijft en we de hoop op een wonder langzaam hebben losgelaten, kan het antwoord op de vraag van Jezus ’Wil je gezond worden?’ verworden tot een gedesillusioneerd; ‘laat maar…’
Wanneer ziekte, pijn of wonden uit het verleden lang gedragen worden, gaan ze soms deel uitmaken van onze identiteit. De ziekte of het trauma worden onderdeel van wie we zijn. Op dat moment kan genezing en herstel bedreigender worden dan wat we al kennen.
Wanneer Jezus de vraag stelt; ‘Wil je gezond worden?’ stelt hij direct de vraag of je bereid bent om te worden wie je bedoeld bent om te zijn.
Wil je gezond worden?
Ook als dat betekent dat je los moet laten wie je nu bent?