Matteüs 5:13
Ik ben een bovengemiddelde kok, al zeg ik het zelf. De laatste jaren is het steevast mijn taak om het gezin van een maaltijd te voorzien.
Ik gebruik daarbij graag veel smaak en, toegegeven, soms wat te veel. Wanneer eten te gekruid is of wat te zout, dan noemen koks dat ‘hoog op smaak’.
Jezus gebruikt het beeld van zout om er een punt mee te maken. Zout geeft smaak en heeft een conserverende werking. Maar als het zijn smaak verliest, waar dient het dan nog voor? Enkel om weg te gooien.
Maar Jezus zoekt hier ook de confrontatie op. ‘Jullie zijn het zout van de aarde.’ Hij zegt dit niet enkel tegen zijn discipelen, hij spreekt tegen een hele mensenmassa. Hij geeft onderwijs over wat het betekent om te leven in het Koninkrijk van God.
Zijn woorden zijn nog altijd een spiegel voor ons.
Jij bent het zout van de aarde. Maar als jij je smaak verliest, hoe kun je dan weer zout gemaakt worden?
Maar zout zijn is soms ook gewoon heel vermoeiend. Je hebt niet altijd zin om je beste zelf te zijn, nederig en barmhartig. Maar soms haal je ruziënde kinderen al schreeuwend uit elkaar haalt. Wil je na die mooie kerkdienst toch ook gewoon even delen dat het shirtje van die nieuwe zangeres echt niet kon.
En voor je het weet heeft het leven je opgeslokt zonder dat jij gemerkt hebt dat je je smaak aan het verliezen was.
Is het dan echt zo dat je nergens meer toe dient dan weggegooid te worden? Of mag je hoop blijven houden dat bij God alles mogelijk is?
Daar ligt het antwoord op de vraag hoe het zout zijn smaak terugkrijgt.
Voor hen die uitblinken in falen is er daarom ook nog hoop. Wanneer jij je smaak verloren hebt, kan God je die weer teruggeven. Niet door het harder te proberen, maar door het Hem te vragen. Smaak raak je soms kwijt. Maar bij God is die nooit voorgoed verloren.