Joh. 5:6
Aan het water van Betzata werden bijzondere krachten toegedicht. Eens in de zoveel tijd werden mensen door het water genezen. In een latere toevoeging aan de Bijbel wordt uitgelegd dat er een engel is die het water aanraakt en de eerste die in het water komt geneest.
Hier ligt ook een man die al 38 jaar ziek is. Wat hij precies heeft wordt niet duidelijk, wel is duidelijk dat hij altijd te laat komt als het water begint te bewegen.
Dan komt op een sabbat Jezus langs en die stelt hem een vraag die raakt door merg en been;
‘Wilt u gezond worden?’
Vanaf veilige afstand lijkt het antwoord simpel. Maar wie zelf zo lang heeft gewacht, weet hoe ingewikkeld die vraag wordt. ‘Ik probeer het wel, maar het lukt niet.’
‘En, zegt hij, er is niemand.’ Eigenlijk is dit zinnetje tekenend voor de staat van de man. Hij is ziek, niet in staat om deel te nemen aan het gewone leven. Hij is van hulp afhankelijk, maar er is niemand die hem helpt. Een mens zou voor minder depressief worden, maar na 38 jaar heeft deze man het nog niet opgegeven!
Daar zit ook gelijk onze spiegel. Wanneer Gods ingrijpen uitblijft en we de hoop op een wonder langzaam hebben losgelaten, kan het antwoord op de vraag van Jezus ’Wil je gezond worden?’ verworden tot een gedesillusioneerd; ‘laat maar…’
Wanneer ziekte, pijn of wonden uit het verleden lang gedragen worden, gaan ze soms deel uitmaken van onze identiteit. De ziekte of het trauma worden onderdeel van wie we zijn. Op dat moment kan genezing en herstel bedreigender worden dan wat we al kennen.
Wanneer Jezus de vraag stelt; ‘Wil je gezond worden?’ stelt hij direct de vraag of je bereid bent om te worden wie je bedoeld bent om te zijn.
Wil je gezond worden?
Ook als dat betekent dat je los moet laten wie je nu bent?