Joh 1:38
Twee volgelingen van Johannes de doper krijgen informatie die nog maar voor weinigen is weggelegd. De man die naar Johannes toe kwam is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt! Johannes had al eerder over hem gezegd dat deze man belangrijker is dan hijzelf.
Was het jeugdige impulsiviteit, een hang naar sensatie of werkelijke interesse in wie deze man is? De twee tieners lopen achter Jezus aan tot het moment komt dat Jezus een vraag stelt die ze niet hadden zien aankomen.
Wat zoeken jullie?
Een prachtige vraag in zijn eenvoud en complexiteit. Het antwoord verraadt dat ze niet op deze wending waren voorbereid. Wanneer Jezus ons deze vraag direct zou stellen, gebeurt er ook iets bijzonders.
Want wat zoek ik eigenlijk bij Hem? Waarom loop ik achter hem aan? Zijn het de wonderen, is het de vertrouwdheid van mijn opvoeding?
Loop ik achter Hem aan omdat anderen dat mij voordeden of zoek ik werkelijk iets?
De leerlingen antwoorden snel dat ze wel willen weten waar Hij logeert. Dat is natuurlijk geen antwoord op de vraag wat ze zoeken. Het toont wel dat ze ernaar verlangen te ontdekken wat Hem zo bijzonder maakt. Ze willen zich ook niet zomaar laten vangen door een vraag die ook geïnterpreteerd kan worden als wegsturen.
Maar Jezus verwelkomt ze met open armen. ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’
Misschien toont dit antwoord dat Jezus niet verwacht dat ze al weten wat ze zoeken. Maar wie deze vraag ontvangt en zich met verlangen laat meenemen, ontdekt vaak iets anders dan hij of zij dacht te zoeken. Niet omdat het antwoord al bekend was, maar omdat het gevonden wordt in de ontmoeting met Hem. Je vindt Hem en dat is meer dan je zocht.